Zoals aangekondigd deze maand veel boeken over de Tweede Wereldoorlog op de aanwinstenlijst. De boeken gaan o.a. over Nederlandse artsen in WOII, de sportbeoefening in WOII, verraadster Adriana Valkenburg, verzetsheld Pim Boellaard en over hoe wij ons de Tweede Wereldoorlog herinneren.
Ook over overzeese geschiedenis is veel binnengekomen: over troostmeisjes in Indonesië, het boek van Griselda Molemans over Afrikaanse KNIL-soldaten, en een overzicht van verscheepte contractarbeiders uit China (Macao, Hongkong) naar Suriname 1858-1869. Verder hebben we nu binnen het Nationaal Archief online toegang tot de digitale editie van het tijdschrift Itinerario.
De archivarissen onder ons kunnen over zichzelf lezen in het tiende SAP-jaarboek dat gaat over competenties en andere (on)deugden van de archivaris.
Nog iets anders: ik draaide gister de aanvraag-statistieken voor het eerste half jaar van 2010 uit. Wat bleek, de medewerkers van het Nationaal Archief plaatsten stabiel hetzelfde aantal aanvragen als in 2009 (NB het zgn. 'inkijk'-gebruik van medewerkers wordt niet gemeten), maar de bezoekers vroegen bijna driehonderd publicaties meer aan dan vorig jaar! Van 360 aanvragen naar 650, bijna een verdubbeling. De bezoekers hebben de Nationaal Archief bibliotheek blijkbaar gevonden. Ben ik heel blij mee!
dinsdag 6 juli 2010
maandag 21 juni 2010
Archieven in literatuur: Saramago's Alle namen
En helemaal achterin zit, apart en in zijn eentje, zoals het hoort, de archivaris, die in de dagelijkse omgang chef wordt genoemd.
Afgelopen vrijdag overleed de Portugese auteur José Saramago. Zijn boek 'Alle namen' speelt zich af op het zgn. Algemeen Archief van de Burgerlijke Stand. Op LibraryThing vind je de omslagen en reviews van lezers.
Kort gezegd gaat het boek over de, in eerste instantie, brave ambtenaar José van het Algemeen Archief. José verzamelt krantenknipsels over beroemde mensen. Hij woont in een huisje dat tegen het archief aangeplakt is en ook een deur naar het archief bevat. 's Nachts verschaf hij zich stiekem toegang tot het archief om zijn verzameling aan te vullen met de officiële gegevens uit de kaartenbakken. Op een nacht heeft hij per ongeluk de geboorte-akte van een onbekende vrouw meegenomen. José wil een reconstructie van het leven van deze vrouw maken. Hierbij overtreedt hij de regels en doet zich stoerder voor dan je van hem gewend bent.
De beschrijving van het archief is prachtig. Een hiërarchische personele bezetting en een doolhof van kaartenbakken om letterlijk in te verdwalen. Sinds een freelance onderzoeker uitgedroogd en verzwakt tussen de bakken is teruggevonden (hij had in zijn wanhoop enorme hoeveeelheden papier gegeten), mogen alleen ambtenaren het kaartenbakken-labyrint nog in. Let wel, hierbij is het gebruik van de draad van Ariadne voortaan verplicht.
Kortom, misschien een leuke titel om kado te doen aan bijvoorbeeld een collega die met pensioen gaat ;-). Mocht je iets anders van Saramago willen lezen: 'Stad der blinden' vond ik erg indrukwekkend (maar gaat niet over archieven...).
donderdag 10 juni 2010
Bibliotheken en Twitter: must of hype?
Dinsdagavond was ik in Rotterdam voor een bijeenkomst over bibliotheken en Twitter. Leuk om eens de mens achter de Twitteraccounts die je volgt te zien!
Wilma van den Brink, fervent twitteraar, o.a. als JeBibliotheek, bracht leuke cijfers. Bijvoorbeeld dat in Nederland 114 bibiotheken twitteren, waarvan 75% minder dan 30 tweets per maand stuurt. Gemiddeld heeft een bibliotheek 150 followers maar tegelijkertijd heeft 50% van de twitterende bibliotheken minder dan 80 followers. Dat komt door een aantal bibliotheken met veel volgers, zoals de bibliotheek van het Vredespaleis (1449 volgers) en DOK Delft (1033 volgers).
Wat ik het interessantste aan Wilma's presentatie vond, was haar uiteenzetting over hoe het doel waarvoor je Twitter inzet, je strategie en tijdsinvestering bepaalt. Twitter je uit marketing-oogpunt (naamsbekendheid, klantenkring opbouwen, attendering, meer traffic naar je website) dan is je strategie dat je veel tweets stuurt, voor veel followers zorgt (groepen vinden en volgen) en dat je in veel lijstjes komt. De tijdsinvestering hoeft niet zo groot te zijn.
Twitter je met als doel klantenbinding (doelgroep leren kennen, input voor diensten/produkten, verzamelen van meningen over je organisatie), dan kost het meer tijd. Je volgt veel mensen en volgt followers terug, je stelt vragen en je maakt het persoonlijk door te laten zien dat er een mens achter de instellingstwitter zit (bijvoorbeeld door je naam op te nemen bij de bio-gegevens rechsboven). Een goed voorbeeld hiervan is Museum Boerhaave.
Wil je via Twitter je netwerk en kennis opbouwen/uitbreiden, twitter dan onder een persoonlijk account, stel vragen, twitter met collega's, leg lijsten aan.
Het doel en strategie van NAlibrary blijken dus te liggen bij marketing en een beetje klantenbinding en netwerk. Toch leuk om beredeneerd te hebben waarom je twittert ;-) en vervolgens na te denken of je misschien andere doelen wilt nastreven.
De tweede lezing was van Judith Pietersma die voor de Openbare Bibliotheek Rotterdam twittert onder de naam bieb010. Haar presentatie op de papieren flip-over was bijna hilarisch. Bieb010's doel was marketing en klantenbinding. Judith zoekt actief naar Rotterdammers en gaf leuke voorbeelden over haar volgers en hoe ze die benadert.
Daarna hadden we nog kort contact met Michael Porter in Amerika, alias Libraryman. Hij schat dat ongeveer 5-10% van de Amerikaanse bibliotheken twittert; tot nu toe heeft hij er 700 getraceerd. Als voorbeeld van een bibliotheek die Twitter goed inzet, noemde hij de Columbus Library.
Wil je nog meer lezen over twitterende bibliotheken, lees dan het artikel dat Alice de Jong van de Vredespaleisbibliotheek ruim een jaar geleden schreef op Informatie Professional.
En ja, must of hype? Onder de deelnemers was het antwoord vrij duidelijk. We zijn de hype allang voorbij. Op de terugweg in de trein veel sterke Twitter-verhalen met @wbk500 en @Immek :-)
Wilma van den Brink, fervent twitteraar, o.a. als JeBibliotheek, bracht leuke cijfers. Bijvoorbeeld dat in Nederland 114 bibiotheken twitteren, waarvan 75% minder dan 30 tweets per maand stuurt. Gemiddeld heeft een bibliotheek 150 followers maar tegelijkertijd heeft 50% van de twitterende bibliotheken minder dan 80 followers. Dat komt door een aantal bibliotheken met veel volgers, zoals de bibliotheek van het Vredespaleis (1449 volgers) en DOK Delft (1033 volgers).
Wat ik het interessantste aan Wilma's presentatie vond, was haar uiteenzetting over hoe het doel waarvoor je Twitter inzet, je strategie en tijdsinvestering bepaalt. Twitter je uit marketing-oogpunt (naamsbekendheid, klantenkring opbouwen, attendering, meer traffic naar je website) dan is je strategie dat je veel tweets stuurt, voor veel followers zorgt (groepen vinden en volgen) en dat je in veel lijstjes komt. De tijdsinvestering hoeft niet zo groot te zijn.
Twitter je met als doel klantenbinding (doelgroep leren kennen, input voor diensten/produkten, verzamelen van meningen over je organisatie), dan kost het meer tijd. Je volgt veel mensen en volgt followers terug, je stelt vragen en je maakt het persoonlijk door te laten zien dat er een mens achter de instellingstwitter zit (bijvoorbeeld door je naam op te nemen bij de bio-gegevens rechsboven). Een goed voorbeeld hiervan is Museum Boerhaave.
Wil je via Twitter je netwerk en kennis opbouwen/uitbreiden, twitter dan onder een persoonlijk account, stel vragen, twitter met collega's, leg lijsten aan.
Het doel en strategie van NAlibrary blijken dus te liggen bij marketing en een beetje klantenbinding en netwerk. Toch leuk om beredeneerd te hebben waarom je twittert ;-) en vervolgens na te denken of je misschien andere doelen wilt nastreven.
De tweede lezing was van Judith Pietersma die voor de Openbare Bibliotheek Rotterdam twittert onder de naam bieb010. Haar presentatie op de papieren flip-over was bijna hilarisch. Bieb010's doel was marketing en klantenbinding. Judith zoekt actief naar Rotterdammers en gaf leuke voorbeelden over haar volgers en hoe ze die benadert.
Daarna hadden we nog kort contact met Michael Porter in Amerika, alias Libraryman. Hij schat dat ongeveer 5-10% van de Amerikaanse bibliotheken twittert; tot nu toe heeft hij er 700 getraceerd. Als voorbeeld van een bibliotheek die Twitter goed inzet, noemde hij de Columbus Library.
Wil je nog meer lezen over twitterende bibliotheken, lees dan het artikel dat Alice de Jong van de Vredespaleisbibliotheek ruim een jaar geleden schreef op Informatie Professional.
En ja, must of hype? Onder de deelnemers was het antwoord vrij duidelijk. We zijn de hype allang voorbij. Op de terugweg in de trein veel sterke Twitter-verhalen met @wbk500 en @Immek :-)
maandag 7 juni 2010
Aanwinsten mei
In mei verschijnen veel boeken over de Tweede Wereldoorlog. Een deel daarvan staat op de aanwinstenlijst van mei, de rest zul je volgende maand op de aanwinstenlijst aantreffen.
Bij het Nationaal Archief komen in mei ook altijd meer bezoekers dan normaal voor het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR). Het CABR is een verzameling van archieven van verschillende archiefvormers die werkzaam waren op het terrein van de bijzondere rechtspleging in de jaren 1944-1952, dat wil zeggen het onderzoek naar zogenoemde 'foute Nederlanders'. Over dit archief is in de Nationaal Archief reeks de derde druk van het boek 'Bijzonder gewoon' verschenen.
Verder vind je op de aanwinstenlijsteen de nieuwe biografie over Willem van Oranje, een bundel met portretten van de tien Nederlandse eurocommissarissen tijdens de periode 1958-2010 en een boek over de omgang van de Nederlandse defensieorganisatie met chemisch wapens. En natuurlijk boeken over overzeese geschiedenis, o.a. een bundel voor Leonard Blussé, archiefwetenschap en conservering.
We zijn voorzichtig begonnen met het onsluiten van artikelen in de vakbladen die geschreven zijn door medewerkers van het Nationaal Archief of die over het Nationaal Archief gaan. In het tijdschrift Od bijvoorbeeld schrijft een collega over het e-depot van het Nationaal Archief en in het laatste Archievenblad staat een artikel over onderzoek in de conserveringswereld.
Bij het Nationaal Archief komen in mei ook altijd meer bezoekers dan normaal voor het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR). Het CABR is een verzameling van archieven van verschillende archiefvormers die werkzaam waren op het terrein van de bijzondere rechtspleging in de jaren 1944-1952, dat wil zeggen het onderzoek naar zogenoemde 'foute Nederlanders'. Over dit archief is in de Nationaal Archief reeks de derde druk van het boek 'Bijzonder gewoon' verschenen.
Verder vind je op de aanwinstenlijsteen de nieuwe biografie over Willem van Oranje, een bundel met portretten van de tien Nederlandse eurocommissarissen tijdens de periode 1958-2010 en een boek over de omgang van de Nederlandse defensieorganisatie met chemisch wapens. En natuurlijk boeken over overzeese geschiedenis, o.a. een bundel voor Leonard Blussé, archiefwetenschap en conservering.
We zijn voorzichtig begonnen met het onsluiten van artikelen in de vakbladen die geschreven zijn door medewerkers van het Nationaal Archief of die over het Nationaal Archief gaan. In het tijdschrift Od bijvoorbeeld schrijft een collega over het e-depot van het Nationaal Archief en in het laatste Archievenblad staat een artikel over onderzoek in de conserveringswereld.
maandag 31 mei 2010
Ethanol in de bibliotheek
Vanochtend hebben mijn collega en ik op het restauratie-atelier van het Nationaal Archief een kleine cursus verantwoord-verwijderen-van-etiketten-op-oude-drukken gekregen. Dat was hard nodig. We hebben onze oude drukken namelijk inmiddels mooi bij elkaar staan, inclusief zuurvrije stroken met het plaatsnummer ('vlaggetjes'), maar wat ons nog een doorn in het oog is, zijn de banden waar nog de etiketten op zitten die onze voorgangers gewoon met een strook zelfklevend plastic op de rug plakten.
Op de foto zie je zowel banden met vlaggetjes als met etiketten op de rug. Die etiketten gewoon met hand verwijderen, levert schade aan de band op. Vooral bij leren banden loop je het risico de goud-opdruk of gewoon het leer mee te nemen. Perkamenten banden kunnen meer hebben, maar toch.
Daarom vanochtend met ethanol, wattenstokje en mesje aan de gang. Ethanol lost zonder schade de lijmstoffen op, met een wattenstokje breng je dat aan tegen/onder het plastic, en dan heel voorzichtig met het mesje... Een waar geduldig werkje, waarbij je vooral niet te snel mag gaan omdat je dan alsnog het leer van de band trekt.
Leuk om te leren! We hebben afgesproken om elke maand praktijkles te krijgen over conserverings- en restauratiekwesties. Aan de orde komen bijvoorbeeld: hoe herken je schimmel, hoe kun je zelf een gescheurde pagina repareren, wanneer kun je een boekrug zelf plakken en hoe doe je dat?
Op de foto zie je zowel banden met vlaggetjes als met etiketten op de rug. Die etiketten gewoon met hand verwijderen, levert schade aan de band op. Vooral bij leren banden loop je het risico de goud-opdruk of gewoon het leer mee te nemen. Perkamenten banden kunnen meer hebben, maar toch.
Daarom vanochtend met ethanol, wattenstokje en mesje aan de gang. Ethanol lost zonder schade de lijmstoffen op, met een wattenstokje breng je dat aan tegen/onder het plastic, en dan heel voorzichtig met het mesje... Een waar geduldig werkje, waarbij je vooral niet te snel mag gaan omdat je dan alsnog het leer van de band trekt.
Leuk om te leren! We hebben afgesproken om elke maand praktijkles te krijgen over conserverings- en restauratiekwesties. Aan de orde komen bijvoorbeeld: hoe herken je schimmel, hoe kun je zelf een gescheurde pagina repareren, wanneer kun je een boekrug zelf plakken en hoe doe je dat?
zaterdag 8 mei 2010
Aanwinsten april
Deze maand bij het Nationaal Archief minder nieuwe boeken binnen gekregen dan normaal maar dankzij een aantal schenkingen is het toch weer een mooie aanwinstenlijst geworden. Van de zeventien boeken op de lijst hebben we er deze maand maar vier gekocht, de andere dertien waren een geschenk. Hoewel we altijd wel boeken ten geschenke krijgen, is deze verhouding wel erg uitzonderlijk. Dank aan o.a. de huis-opruimende-collega en een aardige mevrouw in het land.
Op de aanwinstenlijst vind je o.a. (weer) een boek over prins Bernhard (geschenk), over chef-staf van het Militair Gezag H.J. Kruls (geschenk), een boek met oorlogsfoto's van fotograaf en NSB-lid Willem Streefkerk (geschenk) en een themanummer van het tijdschrift 'De negentiende eeuw' over het Nationaal Historisch Museum (gekocht).
Mocht je aanschaftips hebben, schroom niet en laat het via dit blog of anderszins weten.
Op de aanwinstenlijst vind je o.a. (weer) een boek over prins Bernhard (geschenk), over chef-staf van het Militair Gezag H.J. Kruls (geschenk), een boek met oorlogsfoto's van fotograaf en NSB-lid Willem Streefkerk (geschenk) en een themanummer van het tijdschrift 'De negentiende eeuw' over het Nationaal Historisch Museum (gekocht).
Mocht je aanschaftips hebben, schroom niet en laat het via dit blog of anderszins weten.
donderdag 22 april 2010
Landelijk Overleg Vakreferenten Geschiedenis
Vorige week was er weer een vakreferentenoverleg, dit keer in Leeuwarden bij Tresoar. Leuk, mijn Nijmeegse collega heeft er ook al over geschreven. De studiezaal van Tresoar is pas erg mooi verbouwd. Naast de boeken is er ruimte voor tentoonstellingen (nu de foto-tentoonstelling over Gerard Reve, Woelrat en Tijgetje in hun Greonterper jaren) en filmvoorstellingen. We waren een paar jaar geleden ook al bij Tresoar maar toen nog niet de Buma-bibliotheek (Griekse en Latijnse Taal- en Letterkunde) en de Fuks-collectie met Hebreeuwse werken gezien, nu wel. Na de lunch een verhaal bij de portretten en stukken van winnaars van de Gysbert Japicxprijs. Mooi hoor!
De vergadering ging over de ontwikkelingen bij de instellingen, over open access, het delen van internetbronnen en het afstemmen van digitaliseringsprojecten. Ik heb bijvoorbeeld idee om het Plakkaatboek te digitaliseren, hoe kan ik makkelijk nagaan of iemand dit al niet gedaan heeft? Het zou toch mooi zijn als we konden afspreken dat we om te beginnen in GGC zouden aangeven dat een werk gedigitaliseerd wordt of is of dat er plannen toe zijn, net als dat bij het Metamaforze project ook gebeurde. Maarja, in het geval van bijvoorbeeld de UB Utrecht die veel oude drukken gedigitaliseerd heeft maar niet in GGC catalogiseert, was dit geen oplossing geweest. Ik schreef al eerder over een nationale bibliotheekcatalogus die hiervoor zou kunnen dienen.
Een aantal ontwikkelingen vielen me tijdens het overleg op. Bij de universteitsbibiotheken worden vakgebieden samengevoegd, het vak wordt generieker. Als vakreferenten met pensioen gaan worden ze meestal niet opgevolgd; hun werkzaamheden worden ondergebracht bij een andere vakreferent. Die andere vakreferent heeft niet persé verstand van het vakgebied dat hij onder zich krijgt. Dat leer je wel bij is het idee, al niet niet met hulp van de wetenschappelijke staf van de faculteit. Hoe zorgvuldig blijft de collectievorming en ontsluiting dan? Worden we straks alleen maar aanbieders? We moeten toch verrijken zodat gebruikers beter kunnen vinden?
Een tweede trend, hierboven al even aangestipt, is de (gewenste) grotere rol van de onderzoekers/docenten bij de collectievorming. Dit wordt wel het “Nijmeegse model” genoemd waarin de hoogleraar boekvoorstellen doet. Bij een aantal bibliotheken geschiedenis functioneert al jaren een bibliotheekcommissie met leden uit de faculteit of de vakreferent heeft sowieso goed contact met de wetenschappelijke staf. Bij andere geschiedenisbibliotheken is dat veel minder. De bibliotheek verwacht een inbreng vanuit de faculteit maar daar is ook maar beperkt tijd beschikbaar en men vindt het eigenlijk ook wel erg prettig dat het gewoon door de vakreferent gedaan wordt.
Verder faciliteren de UB's het onderzoek door zgn. collaboratories of virtuele kennis centra in te richten: digitale platforms voor onderzoekers. Interessant. En natuurlijk, alle instellingen zijn aan het reorganiseren waarbij de de universiteitsbibliotheken gaan naar één bibliotheekorganisatie i.p.v. een UB en faculteitsbibliotheken.
Volgende keer, in november, vergaderen we in Utrecht.
De vergadering ging over de ontwikkelingen bij de instellingen, over open access, het delen van internetbronnen en het afstemmen van digitaliseringsprojecten. Ik heb bijvoorbeeld idee om het Plakkaatboek te digitaliseren, hoe kan ik makkelijk nagaan of iemand dit al niet gedaan heeft? Het zou toch mooi zijn als we konden afspreken dat we om te beginnen in GGC zouden aangeven dat een werk gedigitaliseerd wordt of is of dat er plannen toe zijn, net als dat bij het Metamaforze project ook gebeurde. Maarja, in het geval van bijvoorbeeld de UB Utrecht die veel oude drukken gedigitaliseerd heeft maar niet in GGC catalogiseert, was dit geen oplossing geweest. Ik schreef al eerder over een nationale bibliotheekcatalogus die hiervoor zou kunnen dienen.
Een aantal ontwikkelingen vielen me tijdens het overleg op. Bij de universteitsbibiotheken worden vakgebieden samengevoegd, het vak wordt generieker. Als vakreferenten met pensioen gaan worden ze meestal niet opgevolgd; hun werkzaamheden worden ondergebracht bij een andere vakreferent. Die andere vakreferent heeft niet persé verstand van het vakgebied dat hij onder zich krijgt. Dat leer je wel bij is het idee, al niet niet met hulp van de wetenschappelijke staf van de faculteit. Hoe zorgvuldig blijft de collectievorming en ontsluiting dan? Worden we straks alleen maar aanbieders? We moeten toch verrijken zodat gebruikers beter kunnen vinden?
Een tweede trend, hierboven al even aangestipt, is de (gewenste) grotere rol van de onderzoekers/docenten bij de collectievorming. Dit wordt wel het “Nijmeegse model” genoemd waarin de hoogleraar boekvoorstellen doet. Bij een aantal bibliotheken geschiedenis functioneert al jaren een bibliotheekcommissie met leden uit de faculteit of de vakreferent heeft sowieso goed contact met de wetenschappelijke staf. Bij andere geschiedenisbibliotheken is dat veel minder. De bibliotheek verwacht een inbreng vanuit de faculteit maar daar is ook maar beperkt tijd beschikbaar en men vindt het eigenlijk ook wel erg prettig dat het gewoon door de vakreferent gedaan wordt.
Verder faciliteren de UB's het onderzoek door zgn. collaboratories of virtuele kennis centra in te richten: digitale platforms voor onderzoekers. Interessant. En natuurlijk, alle instellingen zijn aan het reorganiseren waarbij de de universiteitsbibliotheken gaan naar één bibliotheekorganisatie i.p.v. een UB en faculteitsbibliotheken.
Volgende keer, in november, vergaderen we in Utrecht.
Abonneren op:
Posts (Atom)
